Stella Caeli

Antifoon in tijden van besmetting


Stella caeli exstirpavit is afkomstig van de zusters van het klooster van Santa Clara in Coimbra, Portugal, uit de tijd dat de "Zwarte Dood" (1347-1351) heerste. Door de eeuwen heen heeft de mensheid pandemieën moeten doorstaan. In Stella caeli exstirpavit bidden we de ster van de hemel (Maria) om onze Heer om hulp te smeken, ervan uitgaande dat haar Zoon haar niets zal weigeren. 

Typerend voor de middeleeuwen was de overtuiging dat de komst van de pest werd veroorzaakt door een ongunstige constellatie van sterren. We weten nu dat, wat gemakshalve als sterren gezien werden feitelijk planeten betrof. In de middeleeuwen werd de komst van de pest eenvoudig verklaard door een verkeerde stand van de sterren (planeten), waardoor de lucht bedierf. Die verkeerde stand van de planeten is in de tekst vervat in sidera compescere (de sterrenstand die bedwongen moest worden) en in bella (vijandigheid, strijd). De Ster des Hemels is de aangewezen persoon om aan te roepen om een gunstiger stand van de sterren. De toespeling op 'zweren van een verschrikkelijke dood' is een directe verwijzing naar de zwellingen die een van de symptomen waren van de Zwarte Dood.

 

De pest, beter bekend als de zwarte dood, leverde de wereld een van de dodelijkste pandemieën op die we ooit hebben meegemaakt. In de 6e en 7e eeuw brak de ziekte voor het eerst uit, en zorgde vermoedelijk al voor een halvering van de Europese bevolking. Hetzelfde gebeurde in de 14e eeuw, toen de pest opnieuw opkwam en tussen 1347 en 1351 zo’n 30 tot 60 procent van de Europese bevolking ten dode opschreef. Daarna zouden er niet meer zulke enorme sterfcijfers voorkomen, maar tot aan de 19e eeuw zouden er nog wel uitbraken zijn in grote steden zoals Sevilla, Londen en Wenen. In 1345 gaf men de schuld van de epidemie aan de samenstand van de planeten Saturnus, Pluto en Jupiter. Dat een gebrekkige hygiëne de hoofdoorzaak was drong pas in de 19e eeuw door. Laat nou in 2020 dezelfde samenstand aan de sterrenhemel te zien zijn. Meer mensen dan je zou verwachten menen dat nu ook deze drie planeten verantwoordelijk gehouden kunnen worden voor corona.       
 


Ster des hemels uitroeiend
die zoogde de Heer: 
de dood van de pest
die geplant is
door de eerste ouders van de mens.

Dezelfde ster nu waardig
sterrenstand bedwingend,
Wier vijandigheid het volk slaat
door een vreselijke dood met zweren.
O meest liefdevolle ster van de zee
tegen pest help ons.

Hoor ons, Vrouwe,
want uw zoon niets ontzeggend eert u.
Red ons Jezus,
om wie de maagdelijke moeder u smeekt.

 


Een letterlijke woord voor woord vertaling van de antifoon heb ik na veel opzoeken kunnen fabriceren.

 

Stella caeli exstirpavit, 
quae lactavit Dominum:
Mortis pestem 
quam plantavit 
primus parens hominum. 

Ipsa stella nunc dignetur 
sidera compescere, 
Quorum bella plebum caedunt 
dirae mortis ulcere. 
O piisima stella maris,
a peste succure nobis.

Audi nos, Domina,
nam filius tuus nihil negans te honorat 
Salva nos Jesu, 
pro quibus virgo mater te orat. 
        

Stella caeli

De vertaling zoals wij die hanteren luidt als volgt:

De ster des hemels die de Heer heeft gezoogd,
heeft de plaag uitgeroeid van de dood, 
die onze voorouder heeft geplant.

Moge diezelfde Ster de stand der sterren bedwingen
wier vijandigheid de mensen vermoordt
met de zweer van een vreselijke dood.

O allertrouwste Sterre der Zee, red ons van de besmetting.
Hoor ons, vrouwe, want uw Zoon eert u door u  niets te weigeren.

Red Jezus, ons, om wie de Moedermaagd U smeekt.

De antifoon heeft de vorm van een sequens. Twee koren wisselen elk couplet af en komen samen om het laatste couplet in koor te zingen. De muziek en tekst worden ook gebruikt in andere gebeden tot Onze Lieve Vrouw. De melodie is afkomstig uit het Cantuale Romano-Seraphicum (1951).

De verzen van dit gebed in tijden van pest zijn ontleend aan een preek over de geboorte van onze Heer die in de 8e eeuw werd uitgesproken door St. Peter, bisschop van Damascus. 
 

Volgens de overlevering is de oorsprong van de antifoon te vinden in het clarissenklooster in Coimbra, Portugal (klooster in 1314 gesticht door St. Elizabeth, koningin van Portugal). In 1317 werd Portugal geteisterd door de pest. De arme clarissen van Coimbra waren erg bedroefd door de oprukkende ziekte, die al wijdverbreid was in hun klooster. Hun ongerustheid en angst liep zo ver op dat Moeder abdis had besloten het klooster op te geven en de nonnen ergens anders heen te laten gaan om aan de pest te ontsnappen. Op dat moment ging de deurbel. Er stond een bedelaar voor de deur, maar zijn gelaat leek heel erg op dat van een schilderij van de apostel St. Bartholomeus in het klooster. De bedelaar, een verschijning van de apostel, gaf de nonnen een papier met een gebed en vertelde hen dat als ze het dagelijks baden, ze tegen de ziekte zouden worden beschermd. De tekst was  Stella caeli exstirpavit. De zusters baden het en hun klooster werd gespaard. De oorsprong van dit gebed wordt gerapporteerd in een kroniek die in de 16e eeuw werd geschreven door Fr. Francesco Gonzaga, minister-generaal van de franciscaner minderbroeders.

 

Vanuit Coimbra verspreidde de antifoon zich over het westen. In 1575 bijvoorbeeld, besloten de kanunniken van Sainte-Croix in Poligny in Frankrijk om het elke dag voor de hoogmis te zingen tijdens de pest. De Ursulinen van Nimes zongen het dagelijks na de mis tijdens de plaag van 1640. In veel gebedenboeken werd het opgenomen. De tekst is op grote schaal te vinden in laatmiddeleeuwse bronnen, zowel met als zonder muziek. We komen de tekst o.a. tegen, opgeschreven in Canterbury aan het einde van de 15e eeuw. Verschillende vroege zettingen van deze antifoon zijn bewaard gebleven in 15e-eeuwse manuscripten. Zoals die van John Cooke , een lid van de huiskapel van Henry V, die in 1415 met de koning naar Agincourt ging en zijn leven als zanger in St Paul's Cathedral lijkt te hebben beëindigd. 

 

En er zijn tal van andere getuigenissen van de antifoon uit Engeland, Portugal en elders, waaronder het 15e-eeuws bewijs dat de antifoon regelmatig werd gebruikt onder studenten in Oxford, gezongen bij het luiden van de avondklok op Mariafeesten en na de completen in de kapel. Maar het was niet alleen een antifoon voor broeders en studenten. In de verzameling mysteriespelen uit het 15e-eeuwse East Anglia, bekend als de 'N-town Plays (serie van 42 Engelse mysteriespelen) wordt verwezen naar deze antifoon in het stuk over de aanbidding van de herders. De herders zingen hem terwijl ze naar Bethlehem gaan om het Christuskind te ontmoeten. Het is lichtelijk verrassend, want waarom zou een gebed tegen de pest in dit spel gezongen worden? Hoewel de herders in dit mysteriespel aanvankelijk het lied van de engelen, het Gloria,  niet eens kunnen verstaan, worden ze al snel geïnspireerd om zelf te gaan zingen en heffen onderweg Stella caeli aan. Aangekomen bij de stal zingen ze het  Christuskind toe met woorden van welsprekende lof, met tedere genegenheid voor de 'lieve lieveling' en de 'mooie bloem' zijn moeder. Ze zijn zo lief voor de baby (kussen zijn voetjes!), maar ze vertrouwen er ook op dat hij de duivel omver werpt en de hele wereld van pijn verlost. Misschien zongen ze daarom eerder Stella caeli exstirpavit, een antifoon die met buitengewoon vertrouwen haar hoop op verlossing van ziekte vindt, niet alleen in de beweging van de sterren, maar ook in de meest alledaagse daad van liefde: een moeder die door haar baby te voeden de wereld redt van rampspoed. De tekst van de antifoon is als bijlage in het Franciscaans brevier opgenomen.  Er schijnt een verband te zijn tussen de antifoon en de Franciscanen, die nauw betrokken waren bij de zorg voor de zieken tijdens de Zwarte Dood en de daaropvolgende epidemieën. En de clarissenorde in Coimbra, waar het allemaal begon is natuurlijk een tak van de orde van Sint Franciscus. Het is goed om ons in deze tijd te verbinden met de Clarissen uit Coimbra, die toen zij dit gebed baden de Ster des Hemels al vroegen om de mensen bij te staan in tijden van een grote plaag.

 

Jos Leenen

 

Dit is een paragraaf. Klik hier om je eigen tekst toe te voegen.

Copyright © 2020 
Sint Jozefkoor Helmond